Beluister deze pagina met proReader

Ruimte voor mobiliteit

Verbetering van wegen gaat voor de aanleg van nieuwe wegen. We moeten meer gaan fietsen op nieuwe, veilige fietspaden. Innovaties in het openbaar vervoer maken het OV een steeds beter alternatief voor de auto, ook in landelijke gebieden. Geld voor vervoer mag maar voor de helft aan asfalt worden besteed.

Mobiliteit is geen recht dat voor iedereen, altijd afdwingbaar zou moeten zijn. Maar het is wél belangrijk. De Randstedelijke economie kan niet zonder een goede infrastructuur van wegen, spoor en water. De problemen in de bestaande infrastructuur zijn de laatste jaren steeds duidelijker geworden. Files worden langer en de luchtkwaliteit langs drukke wegen neemt af. D66 vindt dat voordat nieuw asfalt wordt aangelegd, eerst moet worden bekekenof de bestaande infrastructuur beter kan worden benut.

Spreiding van verkeer over de dag moet worden gestimuleerd, bijvoorbeeld door een kilometerheffing die is gebaseerd op locatie en tijdstip. Op deze manier wordt recht gedaan aan het principe “de gebruiker betaalt”. D66 vindt dat het openbaar vervoersbeleid meer dan nu het geval is, moet worden uitgevoerd door de gezamenlijke Randstadprovincies.

Verbetering van het bestaande wegenstelsel heeft prioriteit boven de aanleg van nieuwe wegen. Onaanvaardbare verkeersoverlast voor stadscentra en woongebieden kan echter ook leiden tot de aanleg van nieuwe wegen. Ook dan moet gewaakt worden voor nieuwe fysieke barrières tussen stad en groen en voor nieuwe geluidsoverlast langs randen van woonwijken. Zorgvuldige inpassing in het landschap en aanpassing aan de woonomgeving zijn een vereiste. Voorbeelden: aanleg N207 Zuidwestelijke Randweg Gouda (i.v.m. de ontsluiting van de Krimpenerwaard): veel transportondernemers moeten nu langs een deel van de binnenstad met de daarmee gepaard gaande milieuproblemen. Bij de Rijnlandroute is niet alleen de verbreding van de N206 aan de orde, maar ook de verbinding van de A44 met de A4. Dit project moet in de ogen van D66 in combinatie met de verstedelijking van voormalig vliegveld Valkenburg worden bekeken.

Voor de korte en middellange afstand wil D66 het gebruik van de fiets stimuleren, o.a. door meer en betere fietspaden in de steden. De provincie moet de komende jaren het fietsroutenetwerk verder ontwikkelen. De inwoners van Zuid-Holland behoren te worden voorgelicht over het bestaande routenetwerk. D66 is voorstander van:

  • Goede en veilige fietsenstallingen bij haltes van het openbaar vervoer;
  • Lange wandel- en fietspaden door ecologische zones, door het platteland en langs toeristische trekpleisters;
  • Netwerken van fietsroutes in én tussen steden. Fietspaden moeten verkeersveilig en sociaal veilig zijn en voorzien van verlichting. De provincie kan windvrij fietsen promoten door fietspaden verdiept aan te leggen of dijkjes op te werpen en/of hagen te plaatsen.

Voor de lange afstanden bestaat er eveneens een redelijk alternatief: het openbaar vervoer. De provincie heeft een leidende rol in de ontwikkeling hiervan. De laatste jaren is met name ingezet op lightrail-verbindingen tussen de grote steden, zoals Randstadrail. D66 is voor innovaties in het OV om dit tot een hoogwaardig alternatief te maken voor auto. Hierbij zal wel rekening gehouden moeten worden met de betaalbaarheid van de OV-ambities. Natuurlijk moeten we voorkomen dat er kaalslag plaatsvindt in het bestaande OV. De Rijn Gouwe Lijn (RGL) lijkt momenteel een te groot financieel risico voor de provincie en dat kan ertoe leiden dat het busvervoer in de regio in gevaar komt, evenals belangrijke investeringen in fietspaden, verkeersveiligheid en weg- en waterinfrastructuur. D66 wil dat regelmatig wordt onderzocht of de bestaande en nieuwe OV-verbindingen aan de wensen van de gebruikers voldoen.

De provincie zal de komende jaren moeten inzetten op het behoud van een klantvriendelijk, betaalbaar en samenhangend netwerk van busvervoer in de meer landelijke gebieden van de provincie. Marktwerking is prima, maar niet ten koste van alles. Er moeten harde eisen worden gesteld aan de exploitanten van de buslijnen, ook wanneer dit betekent dat de exploitatie de provincie minder aan concessieopbrengsten oplevert. De invoering van de OV-Chipkaart biedt bovendien goede mogelijkheden om variatie in de tariefstelling aan te brengen:openbaar vervoer kan in landelijke gebieden bijvoorbeeld goedkoper worden gemaakt, zodat mensen sneller de auto laten staan. Dit leidt tot meer passagiers en minder belasting voor het milieu. Daarnaast moet worden bekeken of het vervoer over het water verder kan worden uitgebreid.

Een ideale vervoersinfrastructuur kan niet in vier jaar worden bereikt. D66 heeft daarom een lange termijnvisie. Bovendien zullen de aanpassingen in de infrastructuur om flinke investeringenvragen. Ons uitgangspunt is daarbij dat maximaal de helft van het budget voor mobiliteit aan asfalt mag worden besteed. Het overige geld wordt verdeeld over de andere vormen van vervoer.

Oplossingen voor problemen zijn niet eenvoudig, maar soms kun je relatief eenvoudig een aantal problemen tegelijk oplossen: zo vindt D66 dat de provincie moet bevorderen dat er spoedig meer groene golven voor het wegverkeer komen. Dit neemt veel ergernis bij automobilisten weg en zorgt voor een betere doorstroming van het verkeer en grotere verkeersveiligheid. Tegelijkertijd betekent het minder brandstofgebruik en minder luchtvervuiling.


print pagina Mail een vriend

Weblog Statenlid Geertjan Wenneker

GeertjanWennekerWeblogafbeelding.jpg




Online netwerken

Regionaal

 



Landelijk