Beluister deze pagina met proReader

Ruimte voor groei en innovatie

De Zuid-Hollandse economie wordt een kennis- en diensteneconomie. We zorgen dat bedrijven hier blijven of zich willen vestigen door daartoe het juiste klimaat te scheppen. Op innovatieve wijze laten we de belangen van natuur, milieu en economische ontwikkeling gelijk op gaan. Een gezonde economie huist in een gezonde omgeving.
Alle ingrediënten voor een sterke economie zijn in onze provincie voorhanden. Zuid-Holland beschikt immers over een uniek “meervoudig economisch profiel” met onder andere:

  • De Rotterdamse haven (Mainport) en het daarmee verbonden transport- en logistieke systeem,
  • De uitstekende internationale vliegverbindingen van Schiphol,
  • De kassen en bollen (Greenport),
  • De brede kennisinfrastructuur (universiteiten, hogere opleidingen, breed georiënteerde beroepsopleidingen en kennisintensieve bedrijven),
  • De internationale instituten,
  • De Rijksoverheid,
  • De oude steden en stadjes met hun culturele erfgoed,
  • De stranden en het water.

De positie van Zuid-Holland als kenniseconomie is echter relatief verslechterd in Europa. Van de revival van de grote steden heeft de Zuid- Hollandse economie onvoldoende geprofiteerd.

Met name de steden en belangrijke bedrijfslocaties hebben te kampen met een achteruitlopende bereikbaarheid. Er wordt gelukkig al ingespeeld op behoeften van de toekomst (zeehavens Tweede Maasvlakte, Den Haag “Juridische Hoofdstad”, HSL enz.). Maar er is meer nodig, zoals nieuwe impulsen in de kenniseconomie en een grotere inzet op de mogelijke groei op terreinen als water-, delta- en biotechnologie.

D66 wil dat de Zuid-Hollandse economie zich omvormt van een productieeconomie naar een kennis- en diensteneconomie. Rekening houden met deze omslag is essentieel voor het waarborgen van een sterke positie van Zuid-Holland binnen Nederland, Europa en in de wereld. De economie van de toekomst vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en een eveneens aantrekkelijk huisvestingsklimaat voor hun medewerkers.

Economische structuurversterking is niet alleen iets voor de centrale overheid. Het kabinet is er voor de hoofdlijnen, waarbij werkgelegenheid, scholing en innovatie tot prioriteit zijn verheven. De rol van provincies (of straks de Randstadautoriteit) en gemeenten mag echter niet worden onderschat. Juist op dit lagere niveau vindt de interactie met het voor onze economie zo belangrijke midden- en kleinbedrijf plaats. Op dit lage niveau wil D66 de eerder aangehaalde één loketfunctie vormgeven.

Genoemde bestuurslagen zijn er voor de concrete, gedetailleerde afspraken met bedrijven. Of het nu gaat om het sluiten van specifieke convenanten met bedrijven of het aanwijzen van locaties van bedrijfsterreinen door de provincie. D66 wil dat de provincie het concurrentievermogen van regio’s vergroot (bijvoorbeeld door innovatieve clusters van bedrijven te stimuleren en te faciliteren) en de vitaliteit van het platteland stimuleert. In het economisch beleid van de provincie wordt, wat D66 betreft, gestreefd naar meer concentratie en minder versnippering van economische activiteiten in de regio. Streekproducten worden beter in de markt gezet.

D66 wil dat de provincie een grotere rol gaat spelen bij de revitalisering van oude bedrijfsterreinen. Revitalisatie heeft prioriteit boven het vrijgeven van gronden voor nieuwe bedrijfsterreinen. Wanneer toch een nieuw bedrijfsterrein moet worden aangelegd, behoort de provincie er scherp op toe te zien dat het nieuwe terrein zorgvuldig in het landschap en de bestaande infrastructuur wordt ingepast. Een andere optie is natuurcompensatie: door uitbreiding van bedrijventerreinen en natuurgebieden te koppelen wordt door middel van economische groei een evenwicht tussen milieu en economie gewaarborgd.

Met name in de steden is er behoefte aan terreinen voor het midden- en kleinbedrijf. Zuid-Holland heeft veel potentieel voor kleine bedrijven, maar wanneer zij zich niet kunnen vestigen houdt het snel op. De provincie zal er de komende jaren bij de steden op moeten aandringen om bij stadsvernieuwingsprojecten ruimte vrij te maken voor kleine bedrijven.

Zuid-Holland heeft te kampen met een vertrekoverschot van bedrijven. D66 wil dat dit tekort wordt teruggedrongen, door de juiste randvoorwaarden te scheppen om voldoende bedrijvigheid te kunnen behouden. Voor het beleid gaat het er bij D66 vooral om, om op innovatieve wijze de belangen van natuur, milieu, energiebesparing en recreatie gelijk op te laten gaan met de economische ontwikkeling (zie ook de één na laatste alinea van “ruimte voor groen en blauw”).

D66 vindt dat de provincie ook meer moet inzetten op de mogelijkheden die de creatieve economie biedt. Theater, dans, beeldende kunst, festivals enzovoorts kunnen een stevige impuls geven aan de regionale economie.

De uitdaging voor de toekomst ligt in het leggen van de verbinding tussen natuur en economie. D66 gelooft niet in een tegenstelling tussen economie en natuur, maar in de synergie van beide. Economie en natuur hebben elkaar nodig. Ook hier is samenwerking tussen verschillende partijen (bedrijfsleven, boeren, particuliere landeigenaren, natuurorganisaties, burgers en lagere overheden) van essentieel belang. Door een heroriëntatie op samenwerken ontstaan kansrijke integrale ontwerpen die voor een gezonde economie en natuur in de toekomst van groot belang zijn. Net zo goed als een gezonde ziel in een gezond lichaam huist, huist een gezonde economie in een gezonde omgeving.


print pagina Mail een vriend

Weblog Statenlid Geertjan Wenneker

GeertjanWennekerWeblogafbeelding.jpg




Online netwerken

Regionaal

 



Landelijk