Beluister deze pagina met proReader

Geen deelname aan ondoorzichtig bestuurlijk circuit RGL

woensdag 10 september 2008

Het college van Gedeputeerde Staten in Zuid-Holland is van mening dat de RijnGouweLijn-Oost niet m.e.r-plichtig is. D66 vond wel, want een m.e.r. is nodig wanneer er onder andere sprake is van invloed op cultuurhistorische panden, zoals in het centrum van Leiden. Gedeputeerde Staten (GS) heeft zich gebaseerd op een advies van de landsadvocaat, maar weigert dat nu openbaar te maken. Statenleden mochten dat advies, onder strikte geheimhoudingsplicht, wel inzien.

De persoonlijke levenssfeer van de landsadvocaat zou namelijk in het geding komen als zijn advies aan GS openbaar zou worden gemaakt (want dat is waar artikel 11 WOB op slaat) terwijl de landsadvocaat een groot deel van zijn werkzame leven publiekelijk bestuursrechtelijke adviezen geeft aan eenieder binnen en/of buiten de rechtszaal. Genoemd artikel wordt blijkbaar graag door bestuurders gebruikt die iets te verbergen hebben anders uitgelegd en opgerekt

Toch ga ik als D66-er het stuk niet inzien. Principieel niet en wel om de volgende reden;
Realiseer je dat je door het stuk in te gaan zien je met handen en voeten gebonden bent aan de geheimhoudingsplicht die GS heeft bedacht. Stel nu dat je geen bevredigend antwoord vindt, en die kans is reeel, kan je er niet mee naar buiten treden en maak je zelf deel uit van een ondoorzichtig circuit...

Dit gaat een Raad van State procedure worden waarbij de provincie Zuid-Holland met echt iets meer moet komen dan een geheim advies. Dit is zo'n beetje waar D66 voor is opgericht: transparant en overtuigend bestuur!




print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave







Online netwerken

Regionaal