D66 Zuid-Holland bezorgd over vervuiling water
De Zuid-Hollandse statenfractie van D66 is bezorgd over de kwaliteit van het water in deze provincie. Onlangs bleek uit een rapport van het Hoogheemraadschap van Delfland dat grote delen van het oppervlaktewater in het Westland vervuild zijn door te hoge concentraties van diverse bestrijdingsmiddelen, fosfaten en stikstof. Fractievoorzitter Geertjan Wenneker heeft daarom op vrijdag 25 februari vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten, onder meer naar aanleiding van berichting in AD/Haagse Courant. Wenneker: "D66 maakt zich al enige tijd zorgen over het waterbeleid in Zuid-Holland. Bij de behandeling van het Provinciaal Waterplan eind 2009 hebben wij het college al aangespoord meer ambitie te tonen bij het schoner maken van de Zuid-Hollandse wateren. Uit de problemen in het Westland blijkt nu echt hoe nodig dat is."
Wenneker wil onder meer van het college weten of zij op de hoogte is van deze vervuiling en of de provincie nog wel op tijd kan voldoen aan de eisen van de Europese kaderrichtlijn water. Deze richtlijn bepaalt dat de komende jaren de waterkwaliteit in heel Europa aanzienlijk dient te verbeteren om aan vooraf vastgestelde normen te doen. De fractie heeft het vermoeden dat de vervuiling voor een deel te wijten is aan het ontbreken van rioolvoorzieningen in delen van de provincie. Zonder riool kan afvalwater vaak alleen waar worden geloosd op het oppervlaktewater, ook al is het vervuild. Het is aan de provincie, als toezichthouder op de gemeenten, om ervoor te zorgen dat eerder gemaakte beloften om een riool aan te leggen, ook worden nagekomen. Wenneker wil daarom ook van het college weten hoe deze toezichthoudende rol is vervuld en wat de afgelopen jaren is gedaan om een riool te laten aanleggen in het Westland.
Statenvragen
In de editie van 23 februari 2011 van AD/Haagse Courant wordt verwezen naar een onderzoeks rapport ‘Waterkwaliteit Glastuinbouwgebied 2005 – 2009’, dat op 17 februari 2011 in de Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap Delfland aan de orde is geweest, blijkt dat diverse waterlichamen ernstig vervuild zijn. Er zouden onder meer te hoge concentraties van diverse bestrijdingsmiddelen zijn aangetroffen, als ook van stikstof en fosfaat. Door de directe verbindingen die bestaan tussen de diverse Delflandse waterlichamen zou de vervuiling zich uitstrekken over een groot deel van de provincie.
Gelet op artikel 54 van het reglement van orde stel ik namens de fractie van D66 de volgende schriftelijke vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:
1. Heeft het college kennis genomen van het rapport ‘Waterkwaliteit Glastuinbouwgebied 2005 – 2009’, alsmede van het bericht daarover in AD/Haagse Courant van 23 februari 2011?
2. Deelt het college de conclusies van het rapport? Zo nee, waarom niet?
3. Hoe verhouden de nu geconstateerde feiten zich tot de doelstellingen uit het Provinciaal Waterplan?
a. Op welke termijn is voorzien dat de waterlichamen in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland voldoen aan de eisen van de Europese richtlijn waterkwaliteit en bijbehorende nationale wet- en regelgeving?
b. Is deze termijn, gelet op de geconstateerde concentraties bestrijdingsmiddelen, stikstof en fosfaat, nog realistisch?
De D66-fractie kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het feit, dat in de gemeenten Lansingerland en Westland nog geen volledig rioolstelsel is aangelegd, heeft bijgedragen aan het niveau van vervuiling van het oppervlaktewater in dit deel van de provincie. Zonder riolering is er immers vaak geen goed alternatief voorhanden voor het lozen van afvalwater op het oppervlaktewater.
4. Deelt het college deze opvatting van de D66-fractie? Zo ja, zijn er nog andere gemeenten waar deze situatie zich voordoet / voor kan doen?
5. Op welke wijze heeft het college de afgelopen jaren bevorderd dat in de in vraag 4 bedoelde gemeenten een goed rioleringssysteem zou worden aangelegd? In hoeverre hebben deze inspanningen tot resultaat geleid?
6. Vindt het college dat de provincie haar rol als toezichthouder op de waterschappen en gemeenten ten aanzien van het waterbeleid voldoende heeft uitgevoerd?
a. Zo ja, op welke wijze?
b. Zo nee, waarom niet?
7. Zijn er voor de provincie financiële risico’s verbonden aan deze geconstateerde verontreiniging van het oppervlaktewater? Zo ja, wat behelzen deze risico’s?
Gelet op artikel 54 van het reglement van orde stel ik namens de fractie van D66 de volgende schriftelijke vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:
1. Heeft het college kennis genomen van het rapport ‘Waterkwaliteit Glastuinbouwgebied 2005 – 2009’, alsmede van het bericht daarover in AD/Haagse Courant van 23 februari 2011?
2. Deelt het college de conclusies van het rapport? Zo nee, waarom niet?
3. Hoe verhouden de nu geconstateerde feiten zich tot de doelstellingen uit het Provinciaal Waterplan?
a. Op welke termijn is voorzien dat de waterlichamen in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland voldoen aan de eisen van de Europese richtlijn waterkwaliteit en bijbehorende nationale wet- en regelgeving?
b. Is deze termijn, gelet op de geconstateerde concentraties bestrijdingsmiddelen, stikstof en fosfaat, nog realistisch?
De D66-fractie kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het feit, dat in de gemeenten Lansingerland en Westland nog geen volledig rioolstelsel is aangelegd, heeft bijgedragen aan het niveau van vervuiling van het oppervlaktewater in dit deel van de provincie. Zonder riolering is er immers vaak geen goed alternatief voorhanden voor het lozen van afvalwater op het oppervlaktewater.
4. Deelt het college deze opvatting van de D66-fractie? Zo ja, zijn er nog andere gemeenten waar deze situatie zich voordoet / voor kan doen?
5. Op welke wijze heeft het college de afgelopen jaren bevorderd dat in de in vraag 4 bedoelde gemeenten een goed rioleringssysteem zou worden aangelegd? In hoeverre hebben deze inspanningen tot resultaat geleid?
6. Vindt het college dat de provincie haar rol als toezichthouder op de waterschappen en gemeenten ten aanzien van het waterbeleid voldoende heeft uitgevoerd?
a. Zo ja, op welke wijze?
b. Zo nee, waarom niet?
7. Zijn er voor de provincie financiële risico’s verbonden aan deze geconstateerde verontreiniging van het oppervlaktewater? Zo ja, wat behelzen deze risico’s?
Meer nieuws
- Bezoek aan het eiland Tiengemeten 16-5-2012
- D66-Statenlid Jan Willem van Dongen over de RijnGouweLijn en de Rijnlandroute 16-5-2012
- D66 Zuid-Holland: Wijziging RijnGouweLijn overwinning voor de reiziger 15-5-2012
- Keuze voor Rijnlandroute-variant Zoeken Naar Balans veel betaalbaarder maar dient goed ingepast te worden 15-5-2012
- Aantal schriftelijke vragen geëxplodeerd 15-5-2012
- Aanhoudende zorgen Derde Merwedehaven 1-5-2012
- D66 Zuid-Holland: Verspil geen tijd en versterk de jeugdzorg 1-5-2012
- D66 bezoekt locatie Zoeken Naar Balans 1-5-2012
- D66: veiligheidsbewustzijn chemiebedrijven Botlek moet omhoog 5-4-2012
- D66 Zuid-Holland: houd Dordrecht volwaardig in spoorboekje NS! 5-4-2012






word lid