D66 constructief en kritisch over coalitieakkoord
Op woensdag 25 april heeft in Provinciale Staten een debat plaatsgevonden over het nieuwe coalitieakkoord. Onderstaand treft u de gehele bijdrage aan van de D66-fractie in Zuid-Holland. Een motie over dierenwelzijn (Partij van de Dieren) is door hen ingetrokken toen bleek dat de motie het niet ging halen. D66 heeft de PvdD toegezegd mee te willen denken over een initiatiefvoorstel hierover, want ook D66 is voor verbetering van het dierenwelzijn in de Zuid-Holland. Daarnaast is een motie van GroenLinks over deeltijdgedeputeerden, gesteund door de gehele oppositie, verworpen door Provinciale Staten.
Bijdrage D66 bespreking coalitieakkoord Zuid-Holland 2007-2011:
Het coalitieakkoord is een goed leesbaar en helder stuk geworden. Een stuk met ambitie, met duidelijke doelen waar het college tussentijds op aan te spreken en op af te rekenen is. En dat is lovenswaardig. Toch geeft het coalitieakkoord ook een dichtgetimmerd beeld waar weinig ruimte is voor ècht nieuw beleid en voortschrijdend inzicht.
De D66-fractie constateert dat het nieuwe college zal steunen op een zeer grote meerderheid in de Staten. Er zijn varianten denkbaar die toch een meerderheid hebben in de Staten, maar waarbij niet zoveel partijen betrokken zijn zoals in de voorgestane coalitie. Graag een reactie van de onderhandelaars waarom toch gekozen is voor een coalitie van een dergelijke omvang, want het grote nadeel van een breed gedragen college is dat dit leidt tot onderlinge compromissen en geen scherpe keuzes. En hebben de diverse coalitiepartners nu juist niet gezegd dat zij scherpe en heldere keuzes willen maken?
Als gevolg van deze grote coalitie komt er een extra gedeputeerde bij. Terwijl het ledental van Provinciale Staten is gedaald van 83 naar 55 om efficiënter te kunnen werken en vergaderen, terwijl de Provincie Zuid-Holland serieuze plannen heeft om het aantal medewerkers te verminderen om efficiënter te kunnen werken en vergaderen, maakt het nieuwe college in de provincie Zuid-Holland aanstalten om met 7 gedeputeerden aan de slag te gaan. 1 meer dus dan voorheen het geval was!
Wat is de gedachte van het nieuwe college om met méér gedeputeerden efficiënter te kunnen vergaderen en werken? Dit leidt alleen maar tot meer overleggen en meer vergaderen, terwijl het de efficiëntie allerminst ten goede komt. Meer gedeputeerden leidt tot een diffuser en kleiner takenpakket van hen, waardoor ook de duidelijkheid naar de inwoners van Zuid-Holland vermindert. Ook de extra kosten van € 300.000,- per jaar, dus € 1.2 miljoen in 4 jaar is veel geld, wat nu dus niet aan groen of zorg besteed kan worden. Dat laatste geniet de voorkeur van D66.
Maar bovenal is het een slecht signaal naar de buitenwereld. Hoe kan je als bestuur van Zuid-Holland waar maken dat je je echt hard wil maken om de inwoners van Zuid-Holland te betrekken bij het provinciale gebeuren, als je het alleen maar onduidelijkheid creëert door meer gedeputeerden te nemen? Ook hier graag een reactie van de onderhandelaars.
Laten wij nu maar naar de inhoud kijken. Binnen de coalitieovereenkomst zijn er uiteraard veel zaken die aanleiding zijn tot het stellen van vragen. Wij hebben er (slechts) een aantal uitgehaald, want wij zullen de voorstellen verder beoordelen op het moment dat ze voor ons liggen.
D66 heeft zich de afgelopen jaren, en ook tijdens de campagne, sterk gemaakt voor een aantal zaken: de leefbaarheid van de provincie bewerkstelligen door milieu én economie te zien als een voorwaarde voor de leefbaarheid van Zuid-Holland. Dat zijn uiteraard ook de toetstenen als wij naar het voorliggende coalitieakkoord kijken. Wij zien dan niet alleen negatieve kanten, maar dat zal men van D66 ook niet verwachten. Wij waarderen absoluut de nadruk die er ligt op het sturen op hoofdlijnen, op de nadruk op daadkracht, de nadruk ook op meetbare doelstellingen. Er staan uiteraard ook een aantal vage passages in, passages die vragen oproepen. Neem de realisatie van de provinciale Ecologische Hoofdstructuur. Die gaat ons, zoals bekend, nogal aan het hart. Het is verheugend te lezen dat de PEHS uiterlijk in 2018 (4 jaar geleden werd overigens gesteld dat dat uiterlijk in 2013 zou zijn) klaar moet zijn. Er wordt echter géén geld voor uitgetrokken, terwijl dat voor heel veel andere beslissingen wel wordt gedaan. Is dat een teken? Is daarmee aangegeven dat deze kwestie een lagere prioriteit heeft? Ik hoop het niet, maar dan lijkt het mij goed er wel geld voor uit te trekken.
Geen Randstadprovincie, maar een urgentieprogramma Randstad is te lezen in het collegeprogramma. VVD en de PvdA waren toch een voorstander van een Randstadprovincie? D66 is in ieder verheugd met het voornemen van de coalitie om bestuurlijke samenwerkingsverbanden zoals Zuidvleugel, P-4 en Regio Randstad op te laten gaan in een Samenwerkingsverband Holland. Dat is in ieder geval vast een stap in de goede richting. Wel hadden wij graag gezien dat in dit urgentieprogramma de bescherming van het Groene Hart een hogere prioriteit had gekregen
Wat betreft de Hoeksche Waard en de totstandkoming van een bedrijventerrein in de Hoeksche Waard zet de coalitie zich in om in de tweede helft van 2007 een goede gebiedsvisie te presenteren voor de transformatie van de Noordrand Hoeksche Waard. D66 spreekt hier nogmaals zijn vrees uit dat, als eenmaal de oversteek is gemaakt naar de Hoeksche Waard met een bedrijventerrein, het niet lang zal duren voordat een volgende zal volgen. Zeker gezien de wens van de coalitie om het bedrijventerrein te voorzien van de nodige infrastructuur, is de drempel voor verdere bebouwing van de Hoeksche Waard verlaagd. D66 betreurt dit. Waarom heeft de coalitie niet eerst gekeken naar andere bedrijventerreinen in de omgeving, zoals de Dordtse Kil, die door middel van herstructurering, al in een aanzienlijk deel van de vraag had kunnen voorzien?
De noodzaak van het intensiveren van het openbaar vervoer wordt van harte onderstreept door D66. Mobiliteit is echter geen recht dat voor iedereen, altijd afdwingbaar zou moeten zijn. Maar het is wél belangrijk. D66 is vóór innovaties in het OV om dit tot een hoogwaardig alternatief te maken voor auto. Hierbij zal wel rekening gehouden moeten worden met de betaalbaarheid van de OV-ambities. Natuurlijk moeten we voorkomen dat er kaalslag plaatsvindt in het bestaande OV. De Rijn Gouwe Lijn (RGL) lijkt momenteel een te groot financieel risico voor de provincie en dat kan ertoe leiden dat het busvervoer in de regio in gevaar komt, evenals belangrijke investeringen in fietspaden, verkeersveiligheid en weg- en waterinfrastructuur. Wij zullen het college dan ook kritisch blijven volgen op dit dossier.
De provincie zal de komende jaren moeten inzetten op het behoud van een klantvriendelijk, betaalbaar en samenhangend netwerk van busvervoer in de meer landelijke gebieden van de provincie. De invoering van de OV-Chipkaart biedt goede mogelijkheden om variatie in de tariefstelling aan te brengen: openbaar vervoer kan in landelijke gebieden bijvoorbeeld goedkoper worden gemaakt, zodat mensen sneller de auto laten staan. Dit leidt tot meer passagiers en minder belasting voor het milieu. Dit idee tref ik helaas niet aan in het college-akkoord. Graag een reactie van het college hoe zij over dergelijke innovaties in het OV staan?
Voorzitter, ik rond af met twee laatste opmerkingen. Ondanks dat D66 niet deelnam aan de collegeonderhandelingen constateert D66 tot onze genoegen, dat in ieder geval één idee integraal is opgenomen in het akkoord. Op een van de eerste pagina’s roept de coalitie dichters uit Zuid-Holland op om een droom te dichten over de toekomst van Zuid-Holland onder het motto ‘dichter van Zuid-Holland’. Nu was de verkiezingsslogan van D66 ‘Dichter bij Zuid-Holland’ en ook wij hebben dichters in Zuid-Holland opgeroepen gedichten te maken over Zuid-Holland. Dit alles heeft dus inmiddels al geleidt tot een ‘dichter van Zuid-Holland’ en ik verwijs u daarbij graag naar onze site www.d66zuidholland.nl. Het doet goed om te zien dat het nieuwe college dit idee op heeft gepakt en mijn fractie ziet dan ook met graagte het vervolgvoorstel van het nieuwe college hiervan tegemoet. Uiteraard ben ik bereid daarover mee te denken.
D66 zal de komende jaren, zoals wij dat ook de afgelopen jaren hebben gedaan, op constructieve wijze oppositie proberen te voeren. Als we ons kunnen vinden in voorstellen van het college, dan zullen we die steunen. Ik zeg het college ook toe dat wij niet op allerlei details ingaan. Wij zullen niet sturen op details, tenzij het over fundamentele kwesties gaat. D66 hoopt op een inhoudelijke en stevige discussie en een stevige relatie met het college, vooral tussen het college enerzijds en de Staten anderzijds. Wij zien uit naar het debat met de nieuwe gedeputeerden, maar uiteraard ook met de nieuwe gedeputeerden.
Meer nieuws
- Bezoek aan het eiland Tiengemeten 16-5-2012
- D66-Statenlid Jan Willem van Dongen over de RijnGouweLijn en de Rijnlandroute 16-5-2012
- D66 Zuid-Holland: Wijziging RijnGouweLijn overwinning voor de reiziger 15-5-2012
- Keuze voor Rijnlandroute-variant Zoeken Naar Balans veel betaalbaarder maar dient goed ingepast te worden 15-5-2012
- Aantal schriftelijke vragen geëxplodeerd 15-5-2012
- Aanhoudende zorgen Derde Merwedehaven 1-5-2012
- D66 Zuid-Holland: Verspil geen tijd en versterk de jeugdzorg 1-5-2012
- D66 bezoekt locatie Zoeken Naar Balans 1-5-2012
- D66: veiligheidsbewustzijn chemiebedrijven Botlek moet omhoog 5-4-2012
- D66 Zuid-Holland: houd Dordrecht volwaardig in spoorboekje NS! 5-4-2012






word lid