Beluister deze pagina met proReader

Algemene Beschouwingen

woensdag 9 november 2011

De Begroting 2012 is de eerste vertaling van het nieuwe coalitieakkoord van VVD, CDA, SP en D66. “Hiermee worden de plannen concreet omgezet naar beleid. De fractie van D66 Zuid-Holland vindt dat de begroting bijdraagt aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de provincie Zuid-Holland als geheel." Aan het woord is Geertjan Wenneker, fractievoorzitter van D66 Zuid-Holland.

Besturen met lef
“De begroting geeft aan dat de nieuwe coalitie het bestuurlijke lef heeft om stappen te zetten die met andere coalities niet tot stand waren gekomen. Zo blijft de nadruk liggen op taken waar de provincie een echte meerwaarde heeft, maar worden taken afgebouwd die dat niet hebben. Lastige keuzes, maar wel broodnodig. De provincie Zuid-Holland zal de komende jaren de broekriem moeten aanhalen. Er is minder geld beschikbaar en dus zullen er scherpe keuzes gemaakt moeten worden. D66 staat pal voor een gezonde financiële provincie, die zijn inwoners - juist nu - niet nodeloos met extra kosten wil opzadelen", aldus Wenneker.

Groen, recreatie en openbaar vervoer
Met deze coalitie kan de waarde van groen- en recreatiegebieden in Zuid-Holland zoveel als mogelijk worden behouden omdat er in deze periode 100 miljoen euro voor beschikbaar is, in weerwil van de stevige landelijke bezuinigingen op groen. Wenneker: “Voor D66 zijn groen en recreatie een essentieel onderdeel van een aantrekkelijke woon- en werkomgeving. Wij zijn ervan overtuigd dat met deze begroting een goede basis is gelegd om hier de komende jaren voor te gaan zorgen. Kortom: lastige tijden vragen om verstandig bestuur. Daarom is het goed dat D66 - samen met VVD, CDA en SP - lef tonen en heldere keuzes maken.” D66 diende samen met de andere coalitiepartijen met succes een voorstel in om de korting op openbaar vervoer die het Rijk oplegt voor 2012, op te vangen door de provincie.


Geertjan Wenneker sprak op woensdag 9 november de Provinciale Statenvergadering toe. Hieronder zijn spreektekst:

[Alleen het gesproken woord geldt]

"Voorzitter, zoals in april al door de Staten met elkaar afgesproken is het vandaag zover dat we spreken over de vertaling van het coalitieakkoord naar de eerste Begroting van dit college.
Laat ik beginnen met u te melden dat de fractie van D66 ontzettend verheugd is dat deze coalitie tot stand is gekomen. Wij zijn er namelijk van overtuigd dat met deze coalitie doelen te bereiken zijn die met andere coalities niet tot stand waren gekomen. Vandaag bespreken we een aantal belangrijke onderdelen daarvan, waarover ik later nog wat meer zal zeggen.

Voor D66 is het uitgangspunt datgene waar wij als partij bekend om staan: onze visie op het openbaar bestuur, waarbij overheden zich richten op die taken waar ze een duidelijke meerwaarde hebben. Voor provincies betekent dat dat er een stevige focus op kerntaken nodig is, en andere taken afgebouwd dienen te worden. Daardoor ontstaat de mogelijkheid om verstevigd in te zetten op kerntaken. Die visie op openbaar bestuur is ook terug te lezen in het coalitieakkoord waar dat gewenste bestuurlijk profiel van de provincie helder is omschreven.
Het is daarom ook inhoudelijk van belang dat deze coalitie er zit. Het is een bestuurlijk lastig tijdsgewricht om in te opereren. Op gebieden als natuur, infrastructuur en jeugdzorg, maar ook op bestuurlijk en financieel terrein is het in het belang van de provincie Zuid-Holland dat er een bestuur is dat keuzes durft te maken om aan dat bestuurlijk profiel te gaan voldoen. Ook daarom staat in het coalitieakkoord dat scherpe keuzes nodig zijn. Met het geld dat we op die manier besparen creëren we de mogelijkheid om te intensiveren op die kerntaken.

Voorzitter, ik bouw mijn betoog op langs de kerntaken die de provincie heeft. Allereerst is dat het bestuurlijk profiel.

De economische situatie dwingt de provincie - nog meer dan voorheen - om zich te focussen op die taken daar waar de provincie een echte meerwaarde heeft. Het is u allen bekend dat D66 altijd een groot voorstander is van verdere focus op kerntaken van de provincie. Nu er minder geld beschikbaar is wordt de provincie gedwongen haar uitgaven te herzien. Het is nu extra belangrijk om de financiën op orde te brengen. Door 20% op de eigen provinciale begroting te bezuinigen kan de provincie ervoor zorgen dat de financiën op orde worden gesteld, en wordt tegelijkertijd het beeld van de provincie als ‘opgeblazen bestuur’ teruggedrongen doordat de provincie nu de mogelijkheid aangrijpt om zich te versterken op de kerntaken.

Het is nu niet alleen meer een hobbydiscussie van 'bestuurskundologen', maar het is ook praktijk geworden. Een provincie die alleen taken uitvoert die bij haar passen, is nu bittere noodzaak.

Dat neemt niet weg dat het soms moeilijke keuzes zijn, die gemaakt moeten worden. Als het afbouwen van subsidies leidt tot een verregaande afslanking - of zelfs beëindiging - van organisaties die op zich erg goed werk doen, doet dat pijn. Niet in de laatste plaats bij onze fractie. Tegelijkertijd vinden wij dat - met een zorgvuldige afbouw - de provincie Zuid-Holland uiteindelijk slagvaardiger wordt.

Vanuit het internationale perspectief waarmee wij als D66 naar de economie van de Randstad in al haar facetten kijken, zien wij dat deze veel minder dan nu een maak- en verplaatseconomie zal zijn en veel meer een denk- en diensteneconomie. In onze visie zal alleen deze omslag er voor kunnen zorgen dat de positie van Zuid-Holland binnen Nederland en de wereld een sterke blijft. De economie van de toekomst vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Een omgeving die niet alleen aantrekkelijk is voor bedrijven, maar vooral ook voor hun medewerkers. Een omgeving waarin het goed wonen is omdat de juiste woningen beschikbaar zijn en inwoners in hun eigen omgeving kunnen recreëren, wandelen en fietsen in het groen. Een provincie waarin onderwijs en zorg voor jong en oud van een hoog niveau zijn. Waar wonen, werk en vrije tijd goed bereikbaar zijn. Kortom: waar de inwoner zoveel mogelijk grip heeft op het inrichten van zijn eigen leven.

Maar, voorzitter, wij vinden dat we alleen naar de economische positie van Zuid-Holland in de wereld kunnen kijken, als we daar de rest van de Randstad bij betrekken. Hier zou de inrichting van het bestuur van de Randstad een dienende resultante van moeten zijn.

Ook het regeerakkoord spreekt over de Randstad. De regering heeft hier een visiedocument voor op tafel gelegd, waar de fractie van D66 niet erg warm van wordt. Het college van GS heeft al eerder uitgesproken deze visie weinig samenhangend te vinden en dat onderschrijven wij. Gelukkig heeft GS aangegeven dat er in december een visie van het college komt over hoe zij tegen deze ontwikkeling aankijken en graag geven wij hen daarbij nu vast bouwstenen mee, over hoe wij tegen die discussie aankijken. Wat ons betreft is het een gemiste kans dat er geen Randstadprovincie lijkt te komen. In de vervolgdiscussie zijn de uitgangspunten daarom des te belangrijker: vermindering bestuurlijke drukte, de verbinding tussen stad en land behouden, een slagvaardig bestuur en een stap in de richting van een infrastructuurautoriteit in de Randstad, zoals in het coalitieakkoord genoemd. Maar zonder daarbij taken over te dragen zonder dat helder is waar die terecht komen. En als vanzelfsprekend hoort daar ook een goede democratische legitimiteit bij.

Voorzitter, vandaag is een zogeheten rompbrief verstuurd aan de gemeenteraden in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Hierin schetsen de initiators het tijdpad waarin het een en ander vorm dient te krijgen richting januari 2013, de dag waarop de Metropoolregio volgens de initiators van start dient te gaan. Voorzitter, wij zouden graag vernemen of het college op de hoogte is van deze brief - immers, er wordt gesproken over een krachtig vervolg geven aan het versterken van de Metropoolregio samen met de provincie Zuid-Holland - en of zij het streven van de initiators steunen dat de provincie mag deelnemen aan de infrastructuurautoriteit, zoals het geformuleerd staat.
Wij kijken daarom met belangstelling uit naar de vervolgstappen die GS hierop gaan zetten en de discussie over met PS.

Ook de deelname van Zuid-Holland aan het IPO is voor onze fractie een punt van aandacht. In toenemende mate dient de vraag zich aan of het IPO een duidelijke meerwaarde heeft voor alle twaalf de provincies. De nieuwe focus van het IPO om zich als organisatie te richten op thema’s waar het IPO het wel met elkaar over eens is, snappen wij, maar tegelijkertijd dient zich de vraag dan aan: wat blijft er dan over? Wij vragen GS dan ook om aan te geven welk standpunt zij hebben ingenomen over de transitie van het IPO en hoe zij PS willen meenemen in hun standpuntbepaling? Graag een reactie daarop.

Bij een slagvaardig bestuur past ook een transparant bestuur wat zoveel als mogelijk openbaarheid nastreeft. Want – zoals Thorbecke al zei - “Openbaarheid, dat is de groote, algemeene school van politieke opvoeding”. Daarmee beschouwt hij openbaarheid als een vanzelfsprekende norm van goed bestuur.
D66 maakt zich al sinds haar oprichting hard voor een transparante, openbare en betrouwbare overheid. Wij stellen vast dat er geld, tijd, energie en frustratie kan worden bespaard wanneer de overheid informatie actief openbaar maakt.

Het vrijgeven van overheidsgegevens zorgt ervoor dat mensen makkelijker vragen kunnen beantwoorden. Dat kan via overheidssites gericht op open data. Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat ouders met een kind met astma een woning kunnen zoeken in gebied waar de lucht het schoonst is. Welke fietsroute het groenst is. Of welk ziekenhuis het beste is.

Provincies verzamelen informatie over onderwerpen als water, natuur en de omgeving waarin mensen wonen. De provincie heeft zich gecommitteerd aan afspraken in IPO-verband met betrekking tot het vrijgeven van geo-informatie en valt daarnaast onder andere regelgeving wat voorschrijft dat de provincie informatie openbaar maakt. Wij hebben het beeld dat de provincie daar al goed mee aan de slag is. D66 verneemt graag wat de ambities zijn van het college om verder vorm te geven aan open data in de komende periode. Staat de provincie bijvoorbeeld open voor feedback van burgers op incorrecte provinciale data?


Een van de kerntaken van de provincie is de versterking van de regionale economie. GS wil de regionale economie versterken door ruimte te scheppen voor economische groei en innovatie. Hiermee versterken we de internationale concurrentiepositie van Zuid-Holland en de Randstad. D66 is blij dat het College hierbij in de komende jaren vooral het ruimtelijke instrument en het mobiliteitsbeleid inzet en grotendeels afstand doet van het subsidie-instrument. GS wil de ruimtelijke voorwaarden scheppen voor duurzame energie in Zuid-Holland. Zuid-Holland loopt hierin als provincie al voorop en D66 is blij met de ambitie de koppositie te behouden. Duurzaamheid is voor D66 geen luxe speeltje of maatschappelijke noodzaak maar een economische kans.

Ruimtelijke ordening is dé centrale taak van de provincie. De komende jaren liggen hier grote uitdagingen voor provincies en gemeenten. Niet alleen kampen we met leegstand van kantoren, maar ook de vraag naar woningen is gedaald. Wij zien krimp als een kans. Het biedt ons de mogelijkheid meer te focussen op ruimtelijke kwaliteit en om verrommeling tegen te gaan. Zowel voor Gedeputeerde Staten, als voor Provinciale Staten zal het de komende jaren een uitdaging zijn om hier een impuls aan te geven. De stappen die de Gedeputeerde heeft aangekondigd om de leegstand van kantoren aan te pakken, spreken ons dan ook zeer aan.


D66 vindt groen en recreatie een belangrijk onderdeel voor het woon- en werkklimaat. Het is onontbeerlijk voor de leefbaarheid in de Randstad en het is dan ook te betreuren dat het Kabinet daar zo anders over denkt. Het nieuwe natuurbeleid van de regering kan grote gevolgen hebben voor het economische vestigingsklimaat in Zuid-Holland.

Voorzitter, D66 maakt zich zorgen over de toekomst van het groen in deze provincie. De ontwikkelingen op dit dossier laten dankzij de keiharde bezuinigingen die het Rijk in de groenbudgetten doorvoert nou niet meteen een vrolijk beeld zien. Zelfs met de extra middelen die de coalitie uittrekt voor groen, ontkomen we er niet aan stevig te bezuinigen en moeten er keuzes gemaakt worden. Bovendien bestaat er ook op dit moment nog grote onzekerheid over de middelen die wij de komende jaren al dan niet kunnen verwachten voor de ontwikkeling van groen. De agenda groen, die begin 2012 wordt vastgesteld, moet verder invulling aan onze keuzes geven.

Dat er veel niet meer kan gebeuren is duidelijk en doet ons - net als veel andere partijen - pijn. Tegelijkertijd mogen we blij zijn dat er in elk geval nog investeringen in het groen mogelijk zijn en dat er nog daadwerkelijk groene gebieden kunnen worden aangelegd - zij het beperkt. In de voorgaande periode is er vooral een grote hoeveelheid hectares grond aangekocht. Daar plukken wij nu echter de zure vruchten van: er is sprake van veel versnipperde aankopen en geen euro is structureel uitgetrokken voor de inrichting van al die hectares, laat staan voor het beheer. Wij zijn dan ook verheugd met het recente voorstel van het college om de subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer 2012 vast te stellen zodat beheer van waardevolle, maar ook kwetsbare beheergebieden gewaarborgd kan blijven.

D66 wil de komende jaren echter niet steeds terug blijven kijken maar de blik naar voren richten: wat gaan we allemaal wél doen op het groendossier? Daarnaast hechten wij eraan, zoals ook verwoord in het coalitieakkoord, dat voor de gebieden die in de toekomst bij kunnen dragen aan robuust groen - en nu van tafel dreigen te vallen - gezocht wordt naar een goede planologische bescherming. Op het moment dat er weer geld is, kunnen we daar dan alsnog natuur creëren. Dat betekent niet dat er de komende jaren bijvoorbeeld geen agrarische ontwikkelingen in die gebieden kunnen plaatsvinden en dat daarmee wel rekening gehouden dient te worden met de planologische slagschaduw.

Wij vragen GS daarom wanneer zij met een nadere uitwerking van deze afspraak uit het coalitieakkoord komen richting de Staten?


Bereikbaarheid is cruciaal voor het functioneren van onze economie en voor de aantrekkelijkheid van woonkernen. Voor D66 is openbaar vervoer een belangrijke taak van de provincie. Willen we de bereikbaarheid kunnen blijven garanderen dan moeten we investeren in openbaar vervoer. Dat doet dit college ook. D66 staat daar zakelijk in: we moeten daar investeren waar dit op basis van vervoerswaarde het meest effectief is, en in het soort openbaar vervoer dat het meest effectief is. Wij hechten er aan te benoemen dat middelen die voor openbaar vervoer gereserveerd zijn, ook voor openbaar vervoer gebruikt moet worden.

De keuze voor het tracé voor de nieuwe tunnelverbinding oostelijk van Rotterdam is wordt uiteindelijk door de minister gemaakt. In alle varianten die tot nu toe gezien zijn is er sprake van aantasting van natuur. D66 hecht ook hier aan een optimale inpassing van het tracé. D66 verwacht dan ook voorstellen van het Rijk om verlies van natuurwaarden te compenseren en is consistent in het beoordelen van de tracé's op hun vervoerswaarde, niet alleen op de korte termijn maar ook op de lange termijn. We wachten de discussie hier met spanning af.

Voorzitter, een specifiek punt waar wij graag aandacht voor vragen is het beheer van infrastructuur; wegen, fietspaden en openbaar vervoer. Het lijkt traditioneel provinciaal beleid te zijn om dit onvoldoende inzichtelijk te maken aan de voorkant van een besluitvormingsproces. De daadwerkelijke budgetbehoefte kan naar onze mening beter inzichtelijk gemaakt worden en goed onderbouwd worden. Het kan in onze optiek niet zo zijn dat beheer niet inzichtelijk kan worden gemaakt omdat de economische situatie waarin fors bezuinigd moet worden, dat niet aankan.
Dit is een punt waar D66 regelmatig de nodige aandacht aan besteedt omdat goed onderhoud van je eigendom bijdraagt aan de veiligheid in Zuid-Holland, en beter is voor de provinciale portemonnee. Wij vinden het van belang dat de Staten bij aanvang van de planvorming voor omvangrijke projecten - zoals vaak het geval is bij infra en groen - inzichtelijk hebben wat het een ander structureel betekent. Bij de definitieve investeringsbeslissing dient dan ook inzichtelijk te zijn hoe de beheerskosten geregeld kunnen worden.

Daarmee wordt het beheer op het niveau gebracht dat er geen achterstanden gaan ontstaan. Het loont zich ook financieel: immers, de kosten gaan voor de baat uit en als je het nalaat, wordt reparatie alleen maar duurder.
Geconstateerd kan worden dat bij infra een groot deel van de kosten met name wordt veroorzaakt door herstelkosten aan wegen. Extremere weersomstandigheden kunnen leiden tot meer herstelwerkzaamheden aan provinciale infrastructuur. Ook bij natuur- en recreatie dient zich dit probleem aan.

In onze visie zou je als een ‘goed huisvader’ je spullen goed moeten beheren, voordat je verder gaat met, bijvoorbeeld, de aanleg van nieuwe natuur. Kortom: hier zou Zuid-Holland moeten koersen op beheer wat beter is voor de veiligheid, en op termijn ook minder geld kost. Dit geldt dus zowel voor infrastructuur maar ook voor natuur- en recreatie.


Voorzitter, zoals bekend is D66 voorstander van decentralisatie naar gemeenten wegens inhoudelijke redenen. Het is immers de bestuurslaag die het dichtst bij de inwoners staat.

Ons uitgangspunt is dat kinderen en jongeren een kans moet worden gegeven wanneer zij geen zorgeloze jeugd hebben. Daarbij is hulp, bescherming of begeleiding nodig. De ouder is als eerste aan zet bij de bescherming en opvoeding van het kind. Het is daarom van groot belang te bepalen welke bijdrage de ouders en de omgeving van het kind zelf kunnen leveren aan de oplossing van problemen.
D66 vindt dat - zolang de provincie nog verantwoordelijk is voor jeugdzorg - de provincie de kwaliteit van de jeugdzorg hoog moeten houden en de de transitie goed moet voorbereiden. Hierbij zijn een aantal zaken van belang waaronder de versterking van de sturing op effectievere en efficiëntere wijze van zorgverlening zoals dat ook terugkomt in de begroting. Wij vinden het een grote vooruitgang dat de provincie - naast de sturing op wachtlijsten - nu ook gaat sturen op vermindering van de ernst van de problematiek bij jeugdzorgcliënten. Als een kind zorg nodig heeft behoort deze zorg op tijd te zijn en van goede kwaliteit.

Voorzitter, nog enkele opmerkingen over de begroting. Wij willen het college complimenteren met de begroting. Deze is overzichtelijk, leesbaar en informatief en het is echt knap wat hier in een paar maanden tijd tot stand is gebracht. Is de begroting perfect? Nee, dat ook weer niet. Op verzoek van Provinciale Staten zelf heeft de Randstedelijke Rekenkamer de begroting 2012 van de provincie Zuid-Holland beoordeeld. De Rekenkamer heeft onderzocht in hoeverre de doelen en daarvan afgeleide taken met bijbehorende effect- en prestatie-indicatoren SMART zijn. De Rekenkamer heeft geconstateerd dat de provincie driekwart van haar doelen en taken in de begroting gedeeltelijk dan wel volledig SMART heeft geformuleerd. De Rekenkamer geeft de provincie hiervoor een 7 op een schaal van 1 tot 10. De huidige begroting biedt daarmee voldoende basis voor heldere sturing en verantwoording door Gedeputeerde Staten. En dat is te prijzen.
Er zijn bij de keuze van de indicatoren echter nog stevige verbetermogelijkheden. Een aantal indicatoren is niet erg zinvol of is maatschappelijk niet erg relevant. Hier zien wij een opgave voor GS om samen met de Staten in deze periode nog tot een verbetering te komen. Iets wat D66 betreft enige haast heeft, is het formuleren van indicatoren voor de Integrale Ruimtelijke Projecten, de IRP’s. GS heeft ervoor gekozen hier geen effectindicatoren te benoemen. Maar juist bij deze projecten, met hun grote financiële en ook andere risico’s is het belangrijk dat de provincie deze projecten in haar greep houdt. De Rekenkamer geeft de begroting hier een onvoldoende en dat is bij deze bijzonder complexe projecten waar goede sturing zo belangrijk is, wellicht begrijpelijk maar niet goed.

Voorzitter, ik sluit af. D66 is van nature optimistisch. We vertrouwen op de eigen kracht van mensen. Maar we staan wel voor een keuze. Blijven we leven in het verleden of stappen we in de toekomst? Houden we krampachtig vast aan 20e eeuwse verworvenheden of gaan we zelfbewust de uitdagingen van de 21e eeuw aan? En dat zijn er nogal wat. Niet alleen de financiële crisis. Ook klimaat, energie, voedsel en armoede. Blijven we navelstaren en achterom kijken of staan we op en pakken we aan?

Wij kiezen ervoor om aan te pakken en het is daarbij noodzakelijk dat wij daarbij eerlijk zijn over wat de overheid wel en vooral ook niet kan. De overheid moet daarbij durven kiezen. En soms betekent dat ervoor te kiezen iets niet te doen.
Daardoor kan de overheid - in al zijn facetten - meer zekerheid bieden over het uitvoeren van haar kerntaken. Op die vlakken moet de overheid dan ook presteren. Dat begint met duidelijke verantwoordelijkheden. Als iedereen verantwoordelijk is, is niemand het. Daarom zijn keuzes nu nodig, ook op provinciaal niveau."




print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave







Online netwerken

Regionaal